Openingstijden vandaag 10:00 - 17:00 Koop tickets Menu

Kroonjuwelen

Kroonjuwelen

Kaslokaal

In ons kaslokaal worden lessen gegeven, van schoolbezoeken tot tekencursussen, maar ook lezingen en onderzoeken met scholieren vinden hier plaats. Een tentoonstelling aan de rechterzijde geeft vijf verhaallijnen weer uit de collectie van de Hortus en over de botanie. Hier lees je over het verzamelen van planten;  het onderzoeken en ontdekken van de plantwereld met alle zintuigen en het gebruik van planten in ons dagelijks leven.

Snippendaal tuin

In de 17e eeuw waren kruiden van levensbelang. Zij dienden als ingrediënt voor medicijnen. In de Hortus bestudeerden artsen en apothekers de medicinale planten en legden zij er hun examens af. Johannes Snippendaal werd aangesteld als prefect in 1646. Nog in datzelfde jaar bracht hij de gehele collectie van de Hortus in kaart. Hij telde 796 verschillende soorten, voornamelijk medicinale planten, maar ook bijzondere siergewassen. Hij schreef hiermee de eerste catalogus van de Hortus.  Alle planten van de huidige Snippendaaltuin stonden ook in de Hortus Medicus van 1646.

Ginkgo biloba

De Japanse notenboom wordt gezien als een levend fossiel vanwege het feit dat het de enige overgebleven soort is van zowel het geslacht Ginkgo als de familie Ginkgoaceae. Planten die erg lijken op de Ginkgo gaan terug tot in de Perm periode, zo’n 270 miljoen jaar geleden. De Ginkgo vindt zijn oorsprong in China. In de 9e eeuw is de boom geïmporteerd in Japan waar hij veel bij tempels werd aangeplant. Opvallend zijn de bladeren met de evenwijdige nerfstructuur.

De Gingko in het Halfrond is geadopteerd door MPC Capital.

poortje van hugo de vries

Hugo de Vries heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de genetica. Eind 19e eeuw gaf hij als hortusdirecteur de tuin hierdoor internationale faam. Om hem voor Amsterdam te houden, werd de Palmenkas en het Hugo de Vries-laboratorium gebouwd. Hij kreeg ook zijn eigen toegangspoortje, recht tegenover zijn woonhuis aan de Plantage Parklaan. Zo kon hij zonder omweg de Hortus in lopen.

Wollemi Pine

De wollemi was in de 20ste eeuw alleen als prehistorisch fossiel bekend. Totdat in 1994 een parkwachter in de Blue Mountians, op nog geen 100km van Sydney, een groepje van 60 levende exemplaren van deze plant ontdekte. Een soort waarvan zo weinig bomen bestaan is zeer gevoelig voor uitsterven. Nakomelingen van dit groepje bomen zijn daarom verspreid over de hele wereld om ze te beschermen en te tonen aan het publiek.

Palmenkas

De monumentale Palmenkas uit 1912 huisvest  in de winter een collectie palmen, cycadeeën en kuipplanten. De meeste kuipplanten gaan ’s zomers naar buiten, behalve de allergrootste planten, zoals de Oostkaapse broodboom van Koning Willem II en Philodendron bipinnatifidum met zijn opvallende, lange luchtwortels. Van de kaneelboom en de twee tropische vijgen (Ficus macrophylla en F. lyrata) wordt gezegd dat Hugo de Vries ze zelf plantte ten behoeve van het onderwijs.

Cycadeeen

Deze primitieve plantengroep ontstond ruim 300 miljoen jaar geleden – ver voor het dinosauriërtijdperk. Cycadeeën zijn verwant aan coniferen: zij maken geen bloemen maar dragen kegels. Er zijn mannelijk en vrouwelijke planten. Door hun trage levenscyclus zijn veel cycadeeën kwetsbaar voor bedreigingen als habitatvernietiging  en illegale handel. Daarom worden ze door internationale wetgeving beschermd.

Carnivoren

In de Hortus kun je op verschillende plekken carnivoren planten zien, zoals in de tropische kas en in de vlinderkas. Carnivoren of vleesetende planten groeien in een zeer voedselarm milieu. Om toch aan voldoende voedingsstoffen te komen, hebben ze bijzondere trucs ontwikkeld: ze vangen levende insecten en verteren deze.

 

Zuid-Afrika collectie

Het Kaapse ‘fynbos’ is één van de kenmerkende vegetatietypes van Zuid-Afrika en beroemd vanwege zijn uitzonderlijk grote diversiteit aan plantensoorten. Planten uit Zuid-Afrika vormen al vanaf het eind van de 17e eeuw een belangrijk onderdeel van de collectie van de Hortus. VOC-schepen namen de eerste exemplaren mee naar Amsterdam. Veel bekende sierplanten zijn zo in onze Nederlandse huiskamers terechtgekomen, zoals de balkongeranium, de clivia en de paradijsvogelbloem.

Canopy walk

De Drieklimatenkas werd in 1993 gebouwd als een indrukwekkende, architectonische constructie. De kas is verdeeld in drie klimaatzones die de subtropen, de woestijn en de tropen vertegenwoordigen.
De Canopy walk brengt je van de subtropen direct naar de tropen. Het geeft je een mooi uitzicht over de planten, je kunt er de hogere bomen van dichtbij bekijken en het geeft een goed zicht op de glazen dakconstructie.

Woestijn

In deze kas wordt getoond op welke manier woestijnplanten zijn aangepast aan het leven onder barre omstandigheden. Het laat ook zien hoe soorten in verschillende delen van de wereld dezelfde aanpassingen hebben ontwikkeld. Zoals bijvoorbeeld Agave’s (Amerika’s) en Aloës (Afrika); deze lijken nauw verwant, terwijl ze dat niet zijn. De opvallende, gekleurde muur is een populair decor bij fotografie. Leuk weetje: de kleur is samengesteld uit 50% Ayers rock rood en 50 % Dover wit.

Gympie gympie

Dendrocnide moroides, ook wel Gympie-gympie plant genoemd, komt vooral voor in Australië. De soort behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). Net als andere familieleden heeft de plant brandharen. Alleen zijn de haartjes van de Gympie gympie veel pijnlijker.
De brandharen bevatten het gif moroïdine dat op de huid zeer ernstige jeuk, brandende pijn en zelfs brandwonden veroorzaakt. By de Gympie gympie kan deze pijn dagen tot zelfs tot enkele maanden aanhouden. Door de extreme pijn wordt hij ook wel de pijnlijkste plant ter wereld genoemd.

Koffie

De hoge koffieprijs van de Arabieren was voor de Nederlandse VOC reden om zelf koffie te gaan verbouwen in Batavia. In 1706 werden ook twee kleine plantjes naar de Hortus gestuurd. In de kassen van de Amsterdamse Hortus groeiden de koffieplanten voorspoedig. Nakomelingen van deze planten werden naar Zuid-Amerika gebracht en stonden daar aan de wieg van alle grote koffieplantages.

Vlinder & Bijen

Vlinders en bijen, en andere insecten,  zijn voor hun voedsel afhankelijk van de nectar in bloemen. Tegelijkertijd zijn deze insecten onmisbaar voor de bestuiving van planten. Terwijl bijen en vlinders het suikerrijke nectar opzuigen, blijft er meestal stuifmeel aan hun poten of vacht hangen. Dat nemen zij mee naar de volgende bloem, waar het blijft kleven op de stamper. Pas al een plant succesvol bestoven is, volgen er vruchtbare zaden waaruit de volgende generatie planten groeit. Een symbiose van levensbelang dus.

Vragen? Laat het ons weten!

U kunt ons bereiken via het algemene nummer: 020 625 9021. U kunt ook direct contact opnemen met een van onze medewerkers via e-mail of telefoon.