Openingstijden vandaag 10:00 - 17:00 Koop tickets Menu

Kroonjuwelen

Kroonjuwelen

Snippendaal Tuin

In de 17e eeuw waren kruiden van levensbelang. Zij dienden als ingrediënt voor medicijnen. In de Hortus bestudeerden artsen en apothekers de medicinale planten en legden zij er hun examens af. Johannes Snippendaal werd aangesteld als prefect in 1646. Nog in datzelfde jaar bracht hij de gehele collectie van de Hortus in kaart. Hij telde 796 verschillende soorten, voornamelijk medicinale planten, maar ook bijzondere siergewassen. Hij schreef hiermee de eerste catalogus van de Hortus.  Alle planten van de huidige Snippendaaltuin stonden ook in de Hortus Medicus van 1646.

Victoria

Dit is waarschijnlijk de meest beroemde plant uit de Hortus. Elk jaar wordt de reuzenwaterlelie uit zaad opgekweekt en in mei in de buitenvijver uitgeplant. Vanaf dan is het wachten op de eerste bloem. In 1859 bloeide de victoria voor de eerste maal in Nederland, in de Amsterdamse Hortus. De reuzenwaterlelie is alleen te zien in de zomermaanden.

De victoria is dit jaar helaas niet te zien, volgend jaar zal er weer een victoria te bewonderen zijn.

Zaadkoepeltje

In de hoek van de tuin, met uitzicht op de Plantage Middenlaan, ligt het speelhuisje. Het is een van de eerste gebouwen van de Hortus, uit 1683. In aanleg is het gebouwtje nog 17e-eeuws.  In 1877 is het van nieuwe ramen en een nieuwe kap voorzien. Het werd opnieuw ingericht en gebruikt  als opslag van zaden, vandaar dat het ook wel  ‘de zaadkoepel’ wordt genoemd. Het hoorde toen bij de Palmenkas die er naast lag. De kas is later vervangen door het Hugo de Vries-laboratorium.

poortje van hugo de vries

Hugo de Vries heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de genetica. Eind 19e eeuw gaf hij als hortusdirecteur de tuin hierdoor internationale faam. Om hem voor Amsterdam te houden, werd de Palmenkas en het Hugo de Vries-laboratorium gebouwd. Hij kreeg ook zijn eigen toegangspoortje, recht tegenover zijn woonhuis aan de Plantage Parklaan. Zo kon hij zonder omweg de Hortus in lopen.

Wollemi Pine

De wollemi was in de 20ste eeuw alleen als prehistorisch fossiel bekend. Totdat in 1994 een parkwachter in de Blue Mountians, op nog geen 100km van Sydney, een groepje van 60 levende exemplaren van deze plant ontdekte. Een soort waarvan zo weinig bomen bestaan is zeer gevoelig voor uitsterven. Nakomelingen van dit groepje bomen zijn daarom verspreid over de hele wereld om ze te beschermen en te tonen aan het publiek.

Palmenkas

De monumentale Palmenkas uit 1912 huisvest  in de winter een collectie palmen, cycadeeën en kuipplanten. De meeste kuipplanten gaan ’s zomers naar buiten, behalve de allergrootste planten, zoals de Oostkaapse broodboom van Koning Willem II en Philodendron bipinnatifidum met zijn opvallende, lange luchtwortels. Van de kaneelboom en de twee tropische vijgen (Ficus macrophylla en F. lyrata) wordt gezegd dat Hugo de Vries ze zelf plantte ten behoeve van het onderwijs.

Cycadeeen

Deze primitieve plantengroep ontstond ruim 300 miljoen jaar geleden – ver voor het dinosauriërtijdperk. Cycadeeën zijn verwant aan coniferen: zij maken geen bloemen maar dragen kegels. Er zijn mannelijk en vrouwelijke planten. Door hun trage levenscyclus zijn veel cycadeeën kwetsbaar voor bedreigingen als habitatvernietiging  en illegale handel. Daarom worden ze door internationale wetgeving beschermd.

GINKGO BILOBA

De Japanse notenboom wordt gezien als een levend fossiel vanwege het feit dat het de enige overgebleven soort is van zowel het geslacht Ginkgo als de familie Ginkgoaceae. Planten die erg lijken op de Ginkgo gaan terug tot in de Perm periode, zo’n 270 miljoen jaar geleden. De Ginkgo vindt zijn oorsprong in China. In de 9e eeuw is de boom geïmporteerd in Japan waar hij veel bij tempels werd aangeplant. Opvallend zijn de bladeren met de evenwijdige nerfstructuur.

Koffie

De hoge koffieprijs van de Arabieren was voor de Nederlandse VOC reden om zelf koffie te gaan verbouwen in Batavia. In 1706 werden ook twee kleine plantjes naar de Hortus gestuurd. In de kassen van de Amsterdamse Hortus groeiden de koffieplanten voorspoedig. Nakomelingen van deze planten werden naar Zuid-Amerika gebracht en stonden daar aan de wieg van alle grote koffieplantages.

VLINDERS EN BIJEN

Vlinders en bijen zijn voor hun voedsel afhankelijk van de nectar in bloemen. Tegelijkertijd zijn deze insecten onmisbaar voor de bestuiving van planten. Terwijl bijen en vlinders het suikerrijke nectar opzuigen, blijft er meestal stuifmeel aan hun poten of vacht hangen. Dat nemen zij mee naar de volgende bloem, waar het blijft kleven op de stamper. Pas al een plant succesvol bestoven is, volgen er vruchtbare zaden waaruit de volgende generatie planten groeit. Een symbiose van levensbelang dus.

DRIEKLIMATENKAS

De kas werd in 1993 gebouwd als een indrukwekkende, architectonische constructie. De kas is verdeeld in drie klimaatzones die de subtropen, de woestijn en de tropen vertegenwoordigen. Dit is de Hortus in het klein: de verschillende routes nemen u mee op een ontdekkingsreis door het struikgewas, de woestijn en de jungle. Een loopbrug voert langs de kronen van de bomen.

Zuid Afrika

Het Kaapse ‘fynbos’ is één van de kenmerkende vegetatietypes van Zuid-Afrika en beroemd vanwege zijn uitzonderlijk grote diversiteit aan plantensoorten. Planten uit Zuid-Afrika vormen al vanaf het eind van de 17e eeuw een belangrijk onderdeel van de collectie van de Hortus. VOC-schepen namen de eerste exemplaren mee naar Amsterdam. Veel bekende sierplanten zijn zo in onze Nederlandse huiskamers terechtgekomen, zoals de balkongeranium, de clivia en de paradijsvogelbloem.

Oliepalm

De oliepalm komt voor in West-Afrika. In de eerste helft van de 19e eeuw arriveerden de eerste zaden in de Amsterdamse Hortus. In 1848 zijn enkele kiemplanten naar Buitenzorg (Indonesië) verscheept. Deze palmen vormden de basis voor de grote oliepalmplantages van Sumatra die daar zijn opgezet vanaf 1919. Het gebruikte ‘Deli’-ras bleek zeer productief en is daarom ook in andere delen van de wereld op grote schaal aangeplant. Helaas maar al te vaak ten koste van het tropisch regenwoud.

KOKERBOOM

De Zuid-Afrikaanse kokerboom is zeldzaam en wereldwijd beschermd. Handel en transport van deze planten mag alleen met de juiste vergunningen. Regelmatig neemt de douane aloë’s in beslag. In sommige gevallen verzorgen wij deze planten tot de rechter bepaalt wat ermee moet gebeuren. De grote kokerbomen die nu in de Woestijnkas staan, zijn halverwege de jaren ’90 in beslag genomen en uiteindelijk overgedragen aan de Hortus.

Vragen? Laat het ons weten!

U kunt ons bereiken via het algemene nummer: 020 625 9021. U kunt ook direct contact opnemen met een van onze medewerkers via e-mail of telefoon.