Openingstijden vandaag 10:00 - 17:00 Koop tickets Menu

Over de bloemetjes en de bijtjes

1 mei - 21 juni

Dit evenement is afgelopen.

door Laura Koopmans

Het voorjaar staat voor veel planten in het teken van voortplanting: in deze periode produceren ze bloeiwijzen die de kans op bevruchting zo groot mogelijk maken. Hoe die bevruchting optreedt verschilt nogal tussen verschillende planten. Sommigen worden bestoven door de wind, anderen door insecten en weer andere bloemen kunnen zichzelf bestuiven. Kortom: de voortplanting van planten is hartstikke interessant! We duiken wat dieper in de verschillende manieren van bevruchting en reproductie in het plantenrijk.  

lees verder

Voortplantingsstructuren 

Bloeiende planten kunnen mannelijke en/of vrouwelijke geslachtsdelen produceren. Het vrouwelijke geslachtsorgaan wordt de stamper genoemd; die bestaat uit een stempel, een stijl en het vruchtbeginsel, waar de zaadknoppen te vinden zijn. Het mannelijke geslachtsorgaan wordt de meeldraad genoemd. Die is opgebouwd uit de helmdraad en de helmknop, waarin het pollen – beter bekend als stuifmeel – met de mannelijke geslachtscellen van planten zich bevindt.
 


 

Hoewel alle plantensoorten in staat moeten zijn om zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtscellen te produceren, betekent dit niet dat elke individuele plant binnen een soort dat ook daadwerkelijk doet. We maken onderscheid tussen eenhuizige (monoecische) en tweehuizige (dioecische) planten. Eenhuizige plantensoorten kunnen zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen produceren op dezelfde plant, waarbij de geslachten als het ware onder één ‘dak’ wonen. Tweehuizige soorten daarentegen kunnen per individuele plant ofwel mannelijke ofwel vrouwelijke geslachtsdelen produceren, waardoor de geslachten zich onder twee verschillende ‘daken’ bevinden.
 

En om het nog iets verwarrender te maken, wordt er binnen de eenhuizige planten ook nog onderscheid gemaakt tussen een- en tweeslachtigheid. Hierbij gaat het echter niet om de hele plant, maar alleen om de bloemen. Als een bloem zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen bevat, spreken we van een tweeslachtige of hermafrodiete bloem. Zo’n ‘perfecte’ bloem komt veruit het meeste voor. Bloemen die eenslachtig zijn hebben ofwel vrouwelijke ofwel mannelijke geslachtsdelen. Hierbij kun je denken aan de bloemen van een courgetteplant, deze bevatten óf een vruchtbeginsel met stempels (vrouwelijk) óf een cluster van meeldraden (mannelijk). 

 

Soorten bestuiving 

Hoe de bloemen, geslachtscellen en -organen van planten eruitzien heeft veel te maken met de manier waarop ze bestoven worden. Dit kan bijvoorbeeld met hulp van de wind of door insecten en sommige andere dieren, zoals vogels, vleermuizen of zelfs slakken. De bloeiwijzen van planten die door insecten worden bestoven hebben over het algemeen fellere kleuren, een sterkere geur en eiwitrijk pollen. Deze eigenschappen worden gebruikt om insecten aan te trekken voor een bezoekje – al dan niet in ruil voor een maaltijd van nectar – waarbij ze het kleverige pollen uit de bloem meenemen naar de volgende plant die ze bezoeken. Voorbeelden van planten die door insecten worden bestoven, zijn onder andere zonnebloemen, appelbomen, rozen en koolzaad.

 

Planten die met hulp van de wind worden bestoven, hebben dan vaak juist weer sterk gereduceerde bloeiwijzen, produceren weinig nectar, veel pollen en hebben geen sterke geur. Ook is er een duidelijk verschil in de structuur van de pollen tussen de twee typen planten. Planten die door insecten worden bestoven, hebben vaak groter, plakkerig pollen dat aan de insecten blijven kleven, terwijl windbestoven planten licht, klein, glad pollen produceren dat gemakkelijk door de wind naar naburige planten kunnen worden gedragen. Ongeveer 12% van de planten op aarde wordt bestoven door de wind, waaronder vrijwel alle naaktzadigen (gymnospermen) zoals dennen en sequoia’s. 
 

Voorkomen van zelfbestuiving 

Voor veel planten is het een voordeel om bestoven te worden door een andere plant (kruisbestuiving) dan door henzelf (zelfbestuiving). Bij kruisbestuiving ontstaat er meer variatie in de zaden, omdat deze genetisch materiaal bevatten van twee verschillende ouders. Dit is gunstig omdat de variatie in een populatie hierdoor toeneemt en deze hierdoor een grotere kans heeft zich aan te kunnen passen -en daardoor te kunnen overleven- bij klimaatverandering, het wegvallen van bestuivers of andere uitdagende omstandigheden. Planten hebben verschillende mechanismen ontwikkeld om zelfbestuiving te voorkomen. Zo zijn er planten waarbij het pollen pas wordt geproduceerd vóór of na de periode dat de stamper vruchtbaar is: dit fenomeen noemen we dichogamie. Een goed voorbeeld van dit mechanisme is te zien bij vingerhoedskruid (Digitalis purpurea), waarbij de bloemen eerst mannelijk bloeien en ongeveer vier dagen later vrouwelijk worden. Verder maken sommige planten gebruik van chemische signalen waarbij de chemische stoffen in een pollenkorrel die van dezelfde plant komt worden herkend. Hierbij kan je denken aan eiwitten of andere moleculen aan het oppervlak van de korrels. De herkenning zal er met behulp van chemische signalering ervoor zorgen dat de pollenkorrel de stamper niet kan bevruchten.

 

De diverse mechanismen van bestuiving vervullen duidelijk een cruciale rol in de voortplanting van planten. Niet alleen zorgen ze voor het voortbestaan van de betreffende soort, maar ze dragen ook bij aan de biodiversiteit en de veerkracht van natuurlijke ecosystemen!