Met hun enorme, stekelige bladeren en geurende bloemen die van kleur veranderen, spreken deze reuzenwaterlelies al tijden tot de verbeelding. Van nature komen ze voor in rivierenbekkens in Zuid-Amerika, maar sinds de 19e-eeuw worden ze daarnaast met veel enthousiasme gekweekt door botanische tuinen en andere liefhebbers.
door Sarina VeldmanPoncho van de kaaiman
In de gebieden waar de Victoria’s van nature voorkomen zijn ze soms onderdeel van lokale legenden en hebben ze verschillende namen, gelinkt aan hun uiterlijk, gebruik of de dieren die er vaak bij gezien worden. Zo is één van de namen in Tupi-Guarani ‘yrupe’, dat ‘waterschotel’ of ‘zeef’ betekent (hun gevlochten zeef heeft dezelfde vorm als een Victoria-blad) en noemen de Moqoit haar ‘naanók lapotó’, wat zich laat vertalen als ‘poncho van de kaaiman’. Onderdelen van de Victoria worden op velerlei manieren gebruikt: de zetmeelrijke zaden worden vermalen of geroosterd gegeten en worden daarom wel eens ‘watermaïs’ genoemd. Van de bladeren worden kompressen gemaakt om zweren of wonden te verzorgen en een extract uit de wortelstok wordt als zwarte verfstof gebruikt.
Aan het begin van de 19e-eeuw werd er voor het eerst door Europeanen over de Victoria geschreven en werd de soort wetenschappelijk beschreven. Soms verloopt zo’n proces heel simpel, maar in andere gevallen, zoals ook bij de Victoria, ging het er een beetje rommelig aan toe…
Botanische strijd
In 1832 publiceerde de Duitse botanicus Eduard Friedrich Poeppig de soort onder de naam Euryale amazonica in een Duits wetenschappelijk tijdschrift (Notizen aus dem Gebiete der Natur- und Heilkunde). Mogelijk is dit artikel niet opgemerkt in het Verenigd Koninkrijk, want in 1837 publiceerden maar liefst drie Britse botanici de soort opnieuw. Robert Hermann Schomburgk had in Brits-Guyana de planten gezien en beschreven en stuurde zijn bevindingen met de voorgestelde naam Victoria regina (ter ere van de net aan de macht gekomen koningin Victoria) naar Londen, waar deze met hulp van John Edward Gray gepubliceerd werd. John Lindley publiceerde de soort kort daarna als Victoria regia. Aan het eind van het jaar claimde John Edward Gray de naamgeving Victoria regina vervolgens zelf. Wat ontstond was een lange botanische strijd en veel verwarring. Hoewel Poeppig de soort als eerst gepubliceerd had, bleek deze niet in het plantengeslacht Euryale thuis te horen, maar in een nieuw plantengeslacht, dat Schomburgk in zijn beschrijving benoemd had: Victoria. Volgens de naamgevingsregels is het dan gebruikelijk de juiste geslachtsnaam te combineren met de vroegste soortnaam: Victoria amazonica. Hoewel dit zowel in 1847 door de Duitse botanicus Johann Friedrich Klotzsch als in 1850 door de Britse botanicus James de Carle Sowerby gepubliceerd werd, bleef de naam Victoria regia vrij lang onterecht in omloop.
Subtiele soorten
Op dit moment zijn er 3 soorten van de Victoria–waterlelie bekend: Victoria amazonica, die redelijk wijdverspreid voorkomt in het Amazonebekken, Victoria cruziana, die bekend is uit wat gematigdere gebieden in het noorden van Argentinië en de recent beschreven Victoria boliviana, die alleen voorkomt in twee Boliviaanse rivierbekkens. De uiterlijke verschillen zijn op het eerste gezicht minimaal, maar toch zijn ze voor het getrainde oog uit elkaar te houden. Victoria amazonica heeft bijvoorbeeld blad met geen tot een lage opstaande bladrand en heeft een enorm stekelige bloemknop, terwijl de bladeren van V. boliviana en V. cruziana een veel hoger opstaande rand hebben en hun bloemknoppen geen tot weinig stekels hebben op de buitenste bloemdekbladeren, maar alleen onderaan bij het vruchtbeginsel (uitzondering is een tot nu toe nog niet volledig begrepen vorm van V. cruziana, die juist weer enorm veel stekels op de bloemknop kan hebben). De verschillen tussen V. boliviana en V. cruziana zijn goed te zien in het DNA, maar zitten in kleine details wat betreft het uiterlijk. V. boliviana heeft bijvoorbeeld een iets grotere, afgeronde bloemknop, terwijl de bloemknop van V. cruziana wat puntiger is in de top. In de Hortus laten we meestal een Victoria ‘Longwood Hybrid’ of een eigen Victoria-kruising zien, die beiden qua uiterlijk veel weghebben van V. cruziana.
Kevercadeautjes
In planten zijn verschillende bloemkenmerken geëvolueerd om bestuivers aan te trekken. Denk aan opvallende kleuren, een bepaalde geur of een beloning, zoals voedsel. De bloem van de Victoria is bij opening wit, wordt warm (tot wel 10 graden boven de buitentemperatuur!) en verspreidt een zoetige geur, die volgens sommigen aan ananas doet denken. Die combinatie is zeer geliefd bij kevers en het zijn dan ook bladsprietkevers, met name uit het geslacht Cyclocephala, die volop in de bloemen gevonden worden. Wanneer de bloem ’s avonds opengaat, komen de kevers erop af. Als ze stuifmeel bij zich dragen van een vorige bloem kan het vrouwelijke deel, dat bij opening van de bloem rijp is, bevrucht worden. Wanneer de bloem tegen de ochtend weer sluit worden de kevers hierin opgesloten. Geen straf, want ze kunnen zich tegoed doen aan sponzige bloemonderdelen en maken van de gelegenheid gebruik om met elkaar te paren. Daarnaast blijkt dat de warmte in de bloem niet alleen goed is voor de geurverspreiding, maar er ook voor zorgt dat de kevers zelf minder energie hoeven te verbruiken. Als de bloem gesloten is rijpen de meeldraden en wordt het stuifmeel losgelaten, dat zo goed op de kevers terecht kan komen. Aan het eind van de erop volgende avond gaat de bloem weer open en kunnen de kevers naar een volgende bloem vliegen om deze met het opgedane stuifmeel te bestuiven. Door een ophoping van anthocyaninen is de bloem inmiddels ook van wit naar roze veranderd en geurt de bloem niet meer. Zo worden de kevers niet opnieuw naar de al bestoven bloem gelokt, maar is de kans juist groot dat ze een verse bloem bezoeken en er daarmee kruisbestuiving plaatsvindt. Hoewel een bloem dus maar twee dagen bloeit, kan een plant verschillende bloemen geven in een seizoen.
Bronnen artikel en meer informatie
Hooker, W. J. (1847). Description of Victoria Regia, Or, Great Water-Lily of South America:(with Four Plates). Reeve.
Scarpa, G. F., & Rosso, C. N. (2014). La etnobotánica moqoit inédita de RaúlMartínez Crovetto I: Descripción, actualización y análisis de la nomenclatura indígena. Boletín de la Sociedad Argentina de Botánica, 49(4), 623-647.
Schultes, R. E. (1990). Gifts of the Amazon Flora to the World. Arnoldia, 50(2), 21-34.
Seymour, R. S., & Matthews, P. G. (2006). The role of thermogenesis in the pollination biology of the Amazon waterlily Victoria amazonica. Annals of Botany, 98(6), 1129-1135.
Smith, L. T., Magdalena, C., Przelomska, N. A., Pérez-Escobar, O. A., Melgar-Gómez, D. G., Beck, S., … & Monro, A. K. (2022). Revised species delimitation in the giant water lily genus Victoria (Nymphaeaceae) confirms a new species and has implications for its conservation. Frontiers in Plant Science, 13, 883151.
