Op donderdag zijn Jeroen en Louise de vaste gezichten achter de toonbank van de Hortuswinkel. Ze helpen bezoekers en maken hier en daar een praatje. En vooral: ze zorgen dat mensen met een goed gevoel de tuin verlaten. Vrijwilliger Louise werkt al een tijd in de winkel: “Sinds 2012 of 2013… Dus dat is inmiddels bijna veertien jaar.” Jeroen is iets korter vrijwilliger, sinds de zomer van 2024. Toch voelt het voor allebei als een plek waar ze helemaal op hun plaats zijn. “Ik vind het nog steeds leuk,” zegt Louise. “Ik hou wel van winkeltje spelen.”
- door Willeke te FlierhaarKomisch duo
Voor Louise begon haar band met de Hortus al lang voordat ze vrijwilliger werd. Ze woonde vroeger om de hoek en kwam er vaak. “Ik was al Vriend van de Hortus,” vertelt ze. “En ik zei altijd: als ik later groot ben, ga ik bij de Hortus werken. Nou, dat is dus gelukt.” Jeroen stopte in 2020 bij KLM en wilde zich meer met duurzaamheid bezighouden. Zo werd hij medeoprichter van het agrobosbedrijf de Nieuwe Bodem en in 2024 kwam hij bij de Hortus terecht. Vanaf zijn eerste dag voelde het vertrouwd. “Toen ik hier binnenkwam om te kijken waar ik moest zijn, zat Louise boven. Ze zag me binnenkomen en zei meteen: “Jij bent Jeroen.’” Het bleek een match made in heaven – want intussen noemen ze zichzelf het ‘komisch duo’.
Tijdens het interview helpt Louise een klant, een oudere vrouw met een hondje. Na het afrekenen stopt ze een extra narcisje in haar rugtas en ritst hem voorzichtig dicht. “Zo.” Ze helpt de vrouw de winkel uit – het teckeltje huppelt erachteraan. Louise en Jeroen mogen dan veel lol hebben met elkaar: er wordt ook gewoon gewerkt. “De zaak moet wel draaien hè”, roept Louise quasi-streng.
Meer dan alleen een winkel
Het vrijwilligerswerk kreeg voor Louise ook een persoonlijke betekenis. In de periode dat ze begon bij de Hortus was haar man ernstig ziek. “Toen vond ik het juist heel fijn om hier te zijn,” vertelt ze. “De tuin werkte een beetje helend voor mij.” Toen het thuis even te zwaar werd, kreeg ze alle ruimte om een tijdje weg te blijven. “Ze zeiden: ga lekker naar huis, kom over een paar maanden maar weer terug. De Hortus heeft me toen zo goed opgevangen. Dat vergeet je niet.” Sindsdien is ze gebleven. “Ook als dank, eigenlijk.” Jeroen herkent dat gevoel van verbondenheid met de plek. Sinds hij in 1989 in Amsterdam woont, komt hij al in de Hortus. “De route naar de stad liep altijd langs de tuin. En ik vond het toen al een zo’n fijne plek. Alles wat met planten te maken heeft vind ik interessant.”
Het sluitstuk (van een bezoek)
In de winkel draait het voor Louise en Jeroen niet alleen om verkopen. “Het contact met de mensen, dat vind ik het leukst”, zegt Jeroen. Louise vult aan: “Ik vind het leuk om mensen blij te maken, dat ze weggaan met een goed gevoel.” De winkel is immers vaak de laatste halte van een bezoek aan de tuin. “Wij zijn een beetje het sluitstuk van de Hortus,” zegt ze. “Mensen lopen door de tuin, hebben een mooie dag gehad, en komen dan hier langs. Dan is het fijn als ze vriendelijk worden geholpen.”
Voor wie de Hortus bezoekt, lijkt de tuin vanzelfsprekend prachtig. Maar wat bezoekers vaak niet zien, is het werk van alle mensen die dag in dag uit zorgen voor deze groene oase in Amsterdam.
De portretreeks Met liefde voor planten | De mensen achter de Hortus geeft een kijkje achter de schermen. In beeld en tekst komen toegewijde medewerkers en hun dagelijkse werk tot leven.
De foto’s zijn van Oliver Kiss (Studio Feierabend):
“I’m Oliver, an Amsterdam-based portrait and documentary photographer, capturing people and their passions.”
