Wanneer je een kop koffie drinkt, je koffie zoet met suiker of een cake op smaak brengt met nootmuskaat en kaneel, proef je ons: planten die een lange reis hebben afgelegd om bij jou terecht te komen. We groeiden niet altijd op de plekken waar mensen ons tegenwoordig gebruiken. Koffie komt uit de hooglanden van Oost-Afrika. Nootmuskaat groeide ooit vrijwel uitsluitend op een kleine groep eilanden in het huidige Indonesië. Kaneel gedijt goed in Sri Lanka. Rooibos en honingbos groeien alleen in de Kaapregio van Zuid-Afrika.
We zijn hier terechtgekomen doordat mensen ons hebben verplaatst.
door Nicolas CatuognoOnbegrip
In de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw maakten Europese koloniale mogendheden — waaronder de Nederlandse VOC en WIC — van planten als wij gewilde handelswaar, bronnen van winst en instrumenten van controle. Handelaren laadden onze zaden en jonge planten op schepen en vervoerden ze over oceanen. Botanische tuinen ontvingen ons, onderzochten hoe we op nieuwe klimaten reageerden, gaven ons een naam en stelden ons tentoon. Op plantages werden we in strak geordende rijen aangeplant en werd onze waarde afgemeten aan opbrengsten, prijzen en winst.
Deze processen veranderden niet alleen de plekken waar we groeiden. Ze veranderden ook de manier waarop mensen ons begrepen.
Gaandeweg raakte veel van de kennis die ooit met ons verbonden was uit beeld. Gemeenschappen die ons al generaties lang kweekten, oogstten, bereidden en verzorgden, zagen ons als onderdeel van levende landschappen en sociale verbanden. Koloniale systemen vervingen lokale namen door Latijnse namen en brachten complexe relaties tussen planten, mensen en hun leefomgeving terug tot categorieën die aansloten bij de Europese wetenschap en handel.
Hier komt de Hortus in beeld.
Verhouding tot de natuur
De Hortus verzamelde, net als andere Europese botanische tuinen, niet alleen planten. De tuin bepaalde ook hoe mensen leerden om naar ons te kijken. Binnen de tuin kwamen planten terecht die waren losgemaakt van hun reis, de arbeid die ermee gemoeid was en de kennis die elders van generatie op generatie was doorgegeven. Bezoekers zagen levende exemplaren, zorgvuldig gelabeld en overzichtelijk gerangschikt, ver verwijderd van het geweld, de dwang en de uitbuiting die onze reis vaak mogelijk hadden gemaakt.
Neem de kruidnagel- en nootmuskaatbomen. In de Hortus staat de nootmuskaatboom er rustig bij, gewaardeerd om zijn zeldzaamheid en geschiedenis. Op de Banda-eilanden pleegden Nederlandse koloniale troepen aan het begin van de zeventiende eeuw volkerenmoord om de controle over de nootmuskaatproductie veilig te stellen. Het VOC-monopolie op kruidnagel werd afgedwongen door alle kruidnagelbomen die niet onder VOC-controle stonden uit te roeien. De tuin bewaart de planten, maar maakt niet vanzelf zichtbaar welke prijs Europeanen ervoor lieten betalen.
Het is belangrijk om deze geschiedenissen te begrijpen, omdat ze veranderen hoe we ons vandaag tot de natuur verhouden.
Menselijke keuzes
De missie van de Hortus is om mensen te inspireren planten anders te beleven en hun essentiële rol in het leven op aarde te begrijpen. Dat begrip kan niet alleen steunen op schoonheid, diversiteit, wetenschappelijke classificatie en nieuwsgierigheid. Het vraagt ook aandacht voor de manier waarop planten mensen door tijd en ruimte met elkaar verbinden — via zorg en kennis, maar ook via ongelijkheid en geweld.
Wanneer we planten zien als deelnemers aan gedeelde geschiedenissen, in plaats van als neutrale objecten, gaan we anders naar de natuur kijken. We ontdekken dat natuur en tuinen niet losstaan van de samenleving, maar haar waarden, blinde vlekken en verantwoordelijkheden weerspiegelen. We leren dat planten niet alleen verhalen vertellen over groei en aanpassing, maar ook over menselijke keuzes.
Als dit artikel vragen oproept, is dat precies de bedoeling. Een dekoloniale benadering van planten biedt geen snelle oplossingen. Het vraagt ons om te vertragen, opnieuw te kijken en ongemak te aanvaarden als onderdeel van het leerproces. We beweren niet alle antwoorden te hebben. Maar door deze plantenverhalen te volgen in de Hortus — op papier of tijdens de rondleiding over koloniale geschiedenis — nodigen we je uit om dit gesprek voort te zetten, in de tuin zelf.
Nicolas Catuogno liep een maand stage in de Hortus en schreef deze serie artikelen over planten, koloniale geschiedenis en dekolonisatie. Daarnaast legde hij de basis voor een speciale themarondleiding over de koloniale geschiedenis van de Hortus. We kunnen ons voorstellen dat deze reeks vragen bij je oproept. Stuur ons gerust een mail: [email protected]. We gaan graag met je in gesprek.
