Dekolonisatie is geen checklist. Het proces verloopt niet in een rechte lijn en biedt geen snelle oplossingen. Het is een voortdurend en vaak ongemakkelijk proces dat instellingen vraagt kritisch te kijken naar hun eigen fundamenten, werkwijzen en stiltes. Botanische tuinen nemen, net als musea en universiteiten, deel aan dit proces, niet omdat zij alle antwoorden in huis hebben, maar omdat zij actief vormgeven aan de manier waarop kennis wordt geproduceerd, gepresenteerd en doorgegeven.
door Nicolas CatuognoProductieve mislukkingen
Voor de Hortus speelt deze verantwoordelijkheid op meerdere niveaus. De Hortus is een plek waar nog altijd kennis over planten wordt ontwikkeld en gedeeld via plantenlabels, rondleidingen, educatieve programma’s en onderzoek. Tegelijkertijd is de tuin zelf mede voortgekomen uit koloniale handelsnetwerken, exploitatie en classificatie. Wereldwijde plantenverzamelingen, plantage-economieën en Europese wetenschappelijke tradities hebben de collecties en het taalgebruik van de Hortus gevormd. Deze geschiedenissen staan niet los van de tuin, maar maken deel uit van haar levende structuur.
De afgelopen jaren is de Hortus opener geworden over deze koloniale verwevenheid. Sommige initiatieven hebben betekenisvolle gesprekken op gang gebracht. Andere hebben laten zien hoe moeilijk dit werk nog altijd is. In plaats van zulke momenten als mislukkingen te beschouwen, zou de Hortus ze steeds meer kunnen benaderen als productieve mislukkingen: pogingen die beperkingen blootleggen, vragen oproepen en ruimte scheppen om te leren, in plaats van te zwijgen.
Een zichtbaar voorbeeld hiervan is het gebruik van plantennamen. Een Nederlandse volksnaam met daarin een racistische scheldterm die zijn oorsprong vindt in het koloniale Zuid-Afrika (kaffer), verdween na interne reflectie en publieke discussie van de plantenlabels. De naamswijziging maakte een einde aan een directe vorm van kwetsend taalgebruik, maar riep tegelijkertijd diepere vragen op. Wat gebeurt er wanneer instellingen aanstootgevende taal verwijderen zonder uit te leggen waar deze vandaan komt? Voorkomt het weglaten van zulke woorden schade, of bestaat het risico dat daarmee ook het geweld dat in de botanische geschiedenis besloten ligt aan het zicht wordt onttrokken? In dit geval bood het ontbreken van een toelichting mogelijk een gemiste kans om bezoekers iets te leren.
Onderhandeling
Een vergelijkbare spanning is zichtbaar in het taalgebruik van de tuin in bredere zin. Op botanische labels wordt vaak gebruikgemaakt van lijdende vormen: planten worden bijvoorbeeld ‘geïntroduceerd’, ‘verzameld’ of ‘ontdekt’, zonder te vermelden wie ze verplaatste, onder welke omstandigheden dat gebeurde of wie daarvoor de prijs betaalde. Latijnse namen domineren nog altijd de informatieborden en wekken een indruk van neutraliteit en wetenschappelijke autoriteit. Toch weerspiegelt ook de Latijnse naamgeving een wereldbeeld waarin inheemse en lokale kennis historisch gezien vaak terzijde werd geschoven of overschreven. Wanneer labels uitsluitend Latijnse namen benadrukken, bestaat het risico dat ze het idee versterken dat de Europese wetenschap boven andere kennisvormen staat.
De Hortus is begonnen op deze uitdaging te reageren. Op sommige labels staan inmiddels ook lokale of inheemse namen, naast de Latijnse namen. Deze verschuiving erkent dat planten tegelijkertijd deel uitmaken van verschillende kennissystemen. Tegelijkertijd roept dit een belangrijke vraag op: betekent dekolonisatie dat we Latijnse namen moeten verwijderen, of moeten we ze juist in gesprek brengen met andere namen en verhalen? Een veelheid aan namen en perspectieven biedt mogelijk een eerlijkere benadering dan de ene vorm van dominantie vervangen door een andere.
Deze vragen worden vooral zichtbaar wanneer geschiedenissen slechts gedeeltelijk worden verteld of helemaal ontbreken. Bij de koffieplant in de Vlinderkas vermeldt een bordje kort iets over dwangarbeid en slavernij. Voor sommige bezoekers kan dit als een symbolisch gebaar voelen: een te kleine toelichting om recht te doen aan de zwaarte van het onderwerp. Bovendien hebben veel andere planten met vergelijkbare geschiedenissen geen vergelijkbaar bordje. Vanuit het perspectief van de instelling vertegenwoordigt het informatiebord een stap vooruit, gezet binnen beperkte ruimtelijke, financiële en organisatorische mogelijkheden. Dit verschil in beleving laat een belangrijke realiteit zien: wat binnen een instelling als vooruitgang voelt, kan van buitenaf onvolledig lijken. Dekolonisatie krijgt in de praktijk dan ook vaak vorm door onderhandeling, eerder dan door consensus.
Bredere perspectieven
De Hortus staat niet alleen voor deze uitdagingen. Botanische tuinen over de hele wereld worstelen met vergelijkbare vragen. Daarbij laten zij zich onder meer leiden door internationale kaders, zoals de ethische richtlijnen van ICOM en het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en het Nagoya-protocol. Deze kaders behandelen onderwerpen als toegang, het delen van voordelen en intellectueel eigendom, maar bieden geen oplossing voor diepere vragen over historische verantwoordelijkheid, teruggave of herstel. Botanische tuinen zoeken nog altijd naar manieren om verder te gaan dan extractieve modellen, waarin planten, kennis en andere hulpbronnen worden onttrokken, en toe te werken naar wederkerige relaties.
Tegelijkertijd functioneert de Hortus als een levende tuin met praktische beperkingen. Duurzaamheidsinitiatieven beïnvloeden dagelijkse keuzes, zoals het gebruik van restwarmte van het naastgelegen H’ART Museum om de kassen te verwarmen en de bouw van de tropische waterval met gerecyclede materialen. Het internationale toerisme brengt uiteenlopende bezoekersgroepen en nieuwe verwachtingen met zich mee, maar stelt ook grenzen aan de hoeveelheid complexiteit die informatieborden en korte bezoeken kunnen overbrengen. Ruimte, tijd, personeel en budget zijn nu eenmaal beperkt.
Ook intern ervaren medewerkers de dekolonisatieagenda niet allemaal op dezelfde manier. Na een algemene introductiedag krijgen nieuwe medewerkers weinig structurele begeleiding op het gebied van koloniale geschiedenis en dekolonisatie. Sommigen gaan zelf actief op zoek naar deze kennis. Anderen hebben daar de tijd niet voor of missen een institutioneel kader dat hen daarbij ondersteunt. Medewerkers die bezoekers ontvangen en te woord staan, hebben vaak minder diepgaande informatie tot hun beschikking dan ze nodig hebben, terwijl elders binnen de organisatie programma’s op het gebied van diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie (DEI) worden ontwikkeld. Medewerkers merken zelf ook op dat de instelling overwegend wit en westers is en dat er structureel meer ruimte moet komen voor bredere perspectieven.
Er zijn momenten geweest waarop de Hortus met nieuwe vormen heeft geëxperimenteerd. Tijdens de coronaperiode organiseerde de tuin een virtuele rondleiding over Surinaamse planten, begeleid door stemmen uit inheemse gemeenschappen. De rondleiding richtte zich voornamelijk op botanische wetenschap en minder op koloniale geschiedenis, maar liet wel zien hoe andere perspectieven de verspreiding en overdracht van kennis kunnen veranderen. Dat het bij een eenmalig initiatief bleef, laat tegelijkertijd zien hoe moeilijk het is om dergelijke initiatieven structureel voort te zetten.
Luisteren en zorg dragen
Deze tegenstrijdigheden betekenen niet dat de Hortus faalt. Ze weerspiegelen een instelling die in beweging is. Dekolonisatie voltrekt zich niet netjes naast de dagelijkse werkzaamheden, maar onderbreekt en bevraagt die juist. Vooruitgang gaat gepaard met aarzeling, herziening en soms ook stappen terug. Doorslaggevend is of instellingen open blijven staan voor reflectie en dialoog.
Deze benadering sluit nauw aan bij de missie van de Hortus. De tuin wil een plek zijn waar bezoekers anders vertrekken dan ze binnenkwamen: met meer oog voor de schoonheid en diversiteit van planten en voor hun onmisbare rol op aarde. Dat bewustzijn mag niet uitsluitend esthetisch of wetenschappelijk blijven. Het moet ook aandacht omvatten voor de manier waarop planten verbonden zijn met menselijke geschiedenissen, machtsstructuren en verantwoordelijkheden.
De Hortus dekoloniseren betekent niet dat we de vredige sfeer van de tuin moeten opgeven of verstoren. Integendeel, het biedt mogelijkheden voor verandering. Juist de plek waar in het verleden schade is ontstaan, door het onttrekken van planten, het toekennen van namen en het tot zwijgen brengen van stemmen, kan een ruimte voor herstel worden. Herstel belooft geen definitieve afsluiting. Het vraagt om luisteren, verantwoordelijkheid nemen en zorg dragen.
Veel dekoloniserende gebaren dreigen symbolisch of inhoudsloos te blijven als ze geen tastbaar voordeel opleveren voor degenen die historisch gezien zijn benadeeld. Deze spanning vraagt om eerlijkheid. Dekolonisatie moet concreet blijven, gericht zijn op relaties en openstaan voor verdere ontwikkeling. Het proces moet zowel instellingen als bezoekers betrekken, en zowel deskundigheid als geleefde ervaringen een plek geven.
Als dit artikel je met onbeantwoorde vragen achterlaat, is dat bewust. Hoeveel geschiedenis kan een plantenlabel vertellen? Welke verantwoordelijkheid dragen bezoekers zelf bij het interpreteren van wat ze zien? En hoe kan een botanische tuin blijven groeien terwijl ze tegelijkertijd de wortels onder haar eigen bestaan onderzoekt?
Deze vragen blijven leven in de tuin zelf, tijdens rondleidingen, gesprekken en momenten van aandacht. Er is altijd meer dan je op het eerste gezicht ziet. De Hortus presenteert dekolonisatie niet als een afgerond proces, maar als werk dat voortdurend doorgaat: een gezamenlijk proces van leren, dialoog en herstel, dat bezoekers uitnodigt om met elkaar in gesprek te gaan en actief deel te nemen. Zo kunnen we samen bouwen aan een betere toekomst én een beter heden, waarin alle stemmen worden gehoord en meegenomen.
Nicolas Catuogno liep een maand stage in de Hortus en schreef deze serie artikelen over planten, koloniale geschiedenis en dekolonisatie. Daarnaast legde hij de basis voor een speciale themarondleiding over de koloniale geschiedenis van de Hortus. We kunnen ons voorstellen dat deze reeks vragen bij je oproept. Stuur ons gerust een mail: [email protected]. We gaan graag met je in gesprek.
