In een gezond ecosysteem houden alle soorten samen elkaar in balans en leveren ons veel diensten. Denk aan waterzuivering, het vasthouden van CO₂, kustbescherming, het beheersen van ziektes en plagen, bestuiving – essentieel voor onze voedselvoorziening – en een gezonde leefomgeving. Hoe groter de verscheidenheid aan soorten, hoe sterker en veerkrachtiger de natuur. Diversiteit maakt ecosystemen minder kwetsbaar en daarmee ook onze samenleving beter bestand tegen veranderingen en bedreigingen. Maar wat als die diversiteit afneemt?
Momenteel gebeuren er meerdere dingen tegelijkertijd. Het leefgebied van planten is in de afgelopen honderd jaar kleiner geworden door verstedelijking en intensivering van de landbouw. Daarnaast hebben we te maken met een te snelle klimaatverandering waarin soorten zich onvoldoende kunnen aanpassen. Met het verdwijnen of veranderen van het leefgebied, verdwijnen ook plantensoorten. Het verlies van plantensoorten reikt echter verder dan het verlies van de planten zelf. Hiermee verdwijnt namelijk ook het voedsel, de huisvesting en de bescherming voor vele andere (dier)soorten. De biodiversiteit raakt verstoord en de natuur – én de mens – wordt kwetsbaarder voor ziekten, plagen en andere bedreigingen.
De natuur zoals wij die kennen en waarvan wij afhankelijk zijn voor ons leven op aarde, heeft onze hulp en aandacht nodig. Planten overleven het uiteindelijk wel, ook als wij niets doen en klimaatverandering het biodiversiteitsverlies alleen maar vergroot. Maar de mens heeft de verantwoordelijkheid én de kracht om hier iets aan te doen – ons eigen voortbestaan is ervan afhankelijk. Wanneer er voldoende (inheemse) plantensoorten aanwezig zijn, ontstaat er een verbonden en veerkrachtig stuk natuur. Hierop kunnen soorten zich verstevigen en uitbreiden in aantallen, wat weer aantrekkingskracht heeft op andere (dier)soorten: meer planten trekken meer insecten aan, meer insecten meer vogels etc.
De Nederlandse flora van de toekomst zal deels bestaan uit andere planten dan de huidige planten. We doen daarom in dit nieuwe tuindeel ook een suggestie over hoe de toekomstige Nederlandse flora er mogelijk uit zou kunnen gaan zien, gebaseerd op voorspellingen van klimaatverandering en planten die op die omstandigheden zijn toegerust.
In een deel van de tuin benadrukken we wat je zelf kan doen, of je nu een tuin, balkon, geveltuin of alleen wat groen in de straat hebt. Je kan altijd iets doen voor de natuur: van het planten van een vlinderplant tot het aanleggen van een biodivers bloemenperk; van het bouwen van een insectenhotel tot het simpelweg minder vaak maaien zodat kruiden en insecten de ruimte krijgen. Daarnaast kan je de wetenschap ook helpen door de natuur in te gaan, meedoen met citizen science-project enen de aanwezige soorten in een gebied tellen. Zo draagt je direct bij aan wetenschappelijk onderzoek en aan beter inzicht in de staat van onze natuur. Dit alles laten we zien aan de hand van onze collectie, deels bestaand en deels nieuw. Bomen zoals het Perzisch ijzerhout (Parrotia Persica) en de magnolia’s blijven behouden. In 2027 zul je hier veel nieuwe soorten tegenkomen, zoals de inheemse Gelderse roos (Viburnum opulus) en zwarte toorts (Verbascum nigrum), met informatie waar en hoe je die zelf goed kunt plaatsen.
Dankzij een bijdrage van de Vereniging Vrienden van de Hortus Botanicus Amsterdam, Turing Foundation, Cultuurfonds en de Gravin van Bylandt Stichting kunnen we een goede start maken aan de herinrichting, maar we zijn er nog niet. Wil je ook een bijdrage doen voor dit tuinvak? Alle beetjes zijn van harte welkom!
