Ieder jaar reizen er in het voorjaar hordes mensen af naar Nederland om de tulpen, die dan volop in bloei staan, te bekijken. Ze zijn er in alle soorten en maten: klein, groot, knalrood, dieppaars, glad of geveerd. De tulp staat tegenwoordig bekend als een echte Hollandse bloem en Nederland is dan ook de grootste exporteur ter wereld. Maar waar komt de tulp eigenlijk oorspronkelijk vandaan? En hoe zijn we aan al die verschillende soorten gekomen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we de geschiedenis én de biologie van tulpen induiken.
- door Laura KoopmansGecharmeerde sultan
De tulp komt oorspronkelijk uit de bergen van Centraal-Azië. Hier krijgen ze veel te verduren en groeien vaak onder barre omstandigheden. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat deze soorten een stuk kleiner en minder opvallend zijn dan de bloemen die we tegenwoordig in onze tuin hebben staan. De zaden en bollen werden meegenomen door reizigers en vonden zo hun weg naar de (koninklijke) tuinen van toenmalig Perzië en Turkije. De Turkse sultan Süleyman I was erg gecharmeerd van de bloem en na een bezoek aan zijn hof in 1554 nam de Vlaamse gezant Ogier Ghislain de Busbecq tulpenzaden en -bollen mee naar West-Europa.
Tulpentrend
De bloem is uiteindelijk via de geleerde Carolus Clusius in Nederland terecht gekomen, die ze verzamelde en voor onderzoek gebruikte in de botanische tuin in Leiden. Aan het begin van de zeventiende eeuw steeg de bloem enorm in populariteit en prijs. De tulpentrend bereikte, onder invloed van de economische welvaart van de gouden eeuw, het hoogtepunt tussen 1636 en 1637. Dit werd ook wel tulpenmanie genoemd. In deze periode werden er tulpenbollen verkocht voor prijzen die opliepen tot 3000 gulden, wat overeenkomt met meer dan 40.000 euro in de huidige tijd.
Romantiek van de tulp
Tulpen kunnen zich zowel seksueel als aseksueel voortplanten. Bij seksuele voortplanting worden er mannelijke geslachtcellen (pollen) overgebracht naar de vrouwelijke geslachtsdelen (stamper) van de bloem. Veel tulpen kunnen zichzelf bevruchten, maar er kan ook bestuiving plaats vinden tussen twee verschillende bloemen met behulp van insecten en wind. Deze kruisbestuiving is voor tulpenkwekers heel interessant, op deze manier kunnen tulpen met bepaalde interessante kenmerken met elkaar gekruist worden om zo tot aantrekkelijke, nieuwe tulpenrassen (cultivars) te komen. En als er dan een mooie nieuwe tulp is ontstaan moeten deze natuurlijk vermeerderd worden… Dit is waar aseksuele reproductie een belangrijke rol speelt.
Bollen
Tulpen kunnen zich namelijk ook vermeerderen zonder bestoven te worden – dit vindt onder de grond plaats. Hierbij produceert een ‘moeder’ bol aan de zijkant kleine bolletjes die uiteindelijk afgesplitst kunnen worden. Deze zijbollen zijn genetisch identiek aan de moeder plant en beschikken dus ook over exact dezelfde uiterlijke kenmerken. Aseksuele reproductie kent een aantal voordelen, zo wordt het risico dat er een afwijkende tulp ontstaat doordat de ene bloem door een andere is bestoven op deze manier vermeden. Daarnaast wordt de kweektijd sterk verkort. Van zijbol tot bloem is dit namelijk één tot drie jaar, terwijl het van zaad tot bloem wel vijf tot acht jaar kan duren.
Kom je de tulpen in de Hortus bewonderen? In de maand april vind je hier zowel de ‘wilde’ voorvaderen als prachtige gecultiveerde showstoppers.
