Wonderplant van de woestijn - Hortus Botanicus Amsterdam

Overslaan en naar inhoud gaan

Wonderplant van de woestijn

De tweeblaarkanniedood – ook wel Welwitschia mirabilis – ziet er op het eerste gezicht misschien een beetje vreemd of zelfs treurig uit met maar twee bladeren (met dorre uiteindes). Geloof het of niet: deze wonderlijke soort kan meer dan 1000 jaar oud worden. En dat is niet z’n enige bizarre eigenschap. Stap in de wereld van dit woestijnwonder!

door Sarina Veldman

Eeuwig leven

Welwitschia heeft niet voor niets de toevoeging mirabilis (geweldig, wonderbaarlijk, opmerkelijk) gekregen, het is namelijk in meerdere opzichten een unieke plant. Ze komt van nature alleen voor in de Namib woestijn in Zuidwest Afrika, waar er gemiddeld slechts 20-200mm regen per jaar valt. Uit de grotendeels ondergrondse stam groeien twee (heel soms meer), grote, lange bladeren, die naarmate de plant ouder wordt scheuren en opkrullen door de woestijnwind. De plant heeft een lange hoofdwortel, maar neemt water voornamelijk op uit een horizontaal uitgestrekt netwerk van fijne wortels. Het blad neemt ook een deel van het vocht op uit dauw en vocht van de mistbanken die geregeld over het kustgebied van de woestijn hangen.

Vogelbekdier

Een groot deel van de planten is in 1753 door de Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus beschreven in zijn boek ‘Species Plantarum’ (plantensoorten), maar Welwitschia mirabilis is pas iets meer dan een eeuw later voor het eerst door een Europese botanicus waargenomen. Dr. Friedrich Welwitsch kwam de plant tegen in het zuiden van Angola. Een brief over zijn ontdekking aan de directeur van het beroemde Kew Gardens bij Londen, werd meteen gepubliceerd en heeft grote belangstelling gewekt bij botanici in heel Europa. Kort daarop werden er schetsen en de eerste planten(delen) door hem en anderen naar Europa opgestuurd en in 1862 kon de plant beschreven worden door Joseph Dalton Hooker. Om de grote bijdrage van Dr. Welwitsch aan de botanie in tropisch Afrika te eren, heeft hij deze bijzondere plant naar hem vernoemd. Charles Darwin, een goede vriend van Hooker, schreef aan hem “Your African plant seems to be a vegetable Ornithorhynchus”, oftewel “Jouw Afrikaanse plant lijkt een plantaardig vogelbekdier te zijn”.

Wel zaden, geen bloemen

Voor zover bekend, heeft Welwitschia mirabilis geen levende naaste verwanten, het is de enige soort binnen het geslacht Welwitschia en dat is weer het enige geslacht in de plantenfamilie Welwitschiaceae. Ter vergelijking: de dennenfamilie (Pinaceae) heeft 220- 250 soorten verspreid over 11 geslachten en de rozenfamilie (Rosaceae) heeft meer dan 4000 soorten verspreid over 91 geslachten. Welwitschia valt onder de naaktzadige planten, waartoe bijvoorbeeld ook coniferen en palmvarens behoren, wat betekent dat deze plant wel zaden, maar geen bloemen of vruchten heeft. Welwitschia mirabilis is tweehuizig en heeft de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen dus op verschillende planten. De vrouwelijke planten krijgen grote kegelvormige structuren voor de latere zaadvorming en de mannelijke planten krijgen kleinere kegelvormige structuren, waaruit ze hun pollen verspreiden. Voor de bestuiving is Welwitschia voornamelijk afhankelijk van insecten, die aangetrokken worden door de suikerhoudende bestuivingsdruppels en het pollen, dat de kegelstructuren bevatten. De zilverwitte zaden hebben een dunne vleugel en worden door de wind verspreid. Pas wanneer er een regenbui van een aantal dagen het gebied aandoet, kunnen de zaden kiemen. Gelukkig blijven de zaden een aantal jaar levensvatbaar en kunnen ze de juiste omstandigheden afwachten.

Jaarlijks mistgemiddelde in de Namib-woestijn

Mist is bepalend voor een groot deel van het klimaat in de Namib-woestijn. Deze zeemist komt het hele jaar door voor in een strook langs de kust die zich tot meer dan 100 kilometer landinwaarts kan uitstrekken. Op deze kaart – samengesteld op basis van satelliet- en grondgegevens – zie je de gemiddelde frequentie van mist en lage bewolking langs de gehele Namibische kust. Landinwaarts komt mist of lage bewolking het vaakst voor in de lente- en zomermaanden, tussen september en maart.

Bron: https://atlasofnamibia.online/chapter-3/fog

Wortelstelsel van de Welwitschia

Op deze afbeelding zie je driedimensionale weergaven van Welwitschia planten, gezien vanaf de zijkant, waarop de in kaart gebrachte trajecten van de hoofdwortels zijn weergegeven. Te beginnen bij de stengel (hoogste punt), met aan weerszijden een groene balk van 1 m lang (horizontale schaal). De blauwe bollen geven de locaties van fijne wortels weer, waarbij de grootte van de bol verband houdt met het relatieve aantal fijne wortels op die locatie. De schalen aan de linkerkant geven diepte-intervallen van 10 cm in de grond weer.

Bron: https://www.researchgate.net/figure/Three-dimensional-depictions-of-Plants-A-E-F-and-G-viewed-from-the-side-showing-the_fig3_327287967

Bronnen artikel en meer informatie  

Henschel, Joh R., et al. “Roots point to water sources of Welwitschia mirabilis in a hyperarid desert.” Ecohydrology 12.1 (2019): e2039.

Hooker, J. D. (1863). I. On Welwitschia, a new Genus of Gnetaceae. Transactions of the Linnean Society of London24(1), 1-48.  

Judd, W. S., Campbell, C. S., Kellogg, E. A., Stevens, P. F., & Donoghue, M. J. (2002). Plant systematics: a phylogenetic approach. Sinauer Assoc. Inc., Sunderland, MA. Notten, A. 2013. South African National Biodiversity Institute. Welwitschia mirabilis.  

http://pza.sanbi.org/welwitschia-mirabilis