Openingstijden vandaag 10:00 - 17:00 Koop tickets Menu

Vogelen in de Hortus: een trouw telduo

27 januari - 27 april

Dit evenement is bezig.

Wie regelmatig in de Hortus komt heeft ongetwijfeld gemerkt dat de tuin een toevluchtsoord is voor verschillende soorten vogels. Halsbandparkieten scheren luidruchtig tussen de bomen door, reigers posteren zich op de Palmenkas of bij de Victoriavijver en eksters maken ’s ochtends een hoop kabaal onder de eik. Om al die verschillende soorten in kaart te brengen, komen er ieder jaar tellers van SOVON (Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland) langs. We spraken met een bijzonder telduo, dat al sinds 2004 (!) trouw de uiteenlopende soorten in de Hortus inventariseert.

lees meer


Voor Jan Timmer is de Hortus geen onbekende plek. Hij heeft er jarenlang rondleidingen gegeven, woont in de buurt en is Vriend. En nu ook teller. “Ik ben altijd al in natuur geïnteresseerd geweest”, vertelt hij onder het genot van een cappuccino in de Oranjerie. “Eerder was ik gespecialiseerd in insecten. Ik was heel fanatiek en zwierf de hele wereld over. Maar het viel niet meer te combineren met mijn werk. Met insecten ben je fulltime bezig, dus ik moest iets anders gaan doen. Ik dacht: laat ik me maar met vogels bezighouden.”

Blauwe kiekendief
Zo gezegd, zo gedaan. Het vogelen raakte in een stroomversnelling. Dat gold ook voor Manuel Segond von Banchet. “Mijn passie voor vogels kijken is begonnen op Terschelling. Mijn vrouw en ik zagen daar een grijsblauwe vogel met zwarte punten. En ik dacht, het lijkt wel een meeuw. Maar het is geen meeuw. En ik kon het níet hebben dat ik niet wist wat het was! Dus toen kocht ik daar mijn eerste vogelboekje. Het bleek een blauwe kiekendief te zijn.”

Manuel en Jan volgden samen een cursus bij SOVON. Er was grote behoefte aan tellers die het stedelijk gebied wilden inventariseren. Manuel: “Ik wist van Jan dat hij al heel goed was in het herkennen van vogels. En we wonen allebei in de buurt van de Hortus. Dus ik vroeg: joh, vind je het leuk om samen een telgebied te coveren? Toen zijn we begonnen in 2004.” Vanaf eind februari, begin maart trekken Jan en Manuel de tuin in. Altijd heel vroeg, vanaf een uur of 6:00, met zonsopgang. Manuel: “En dan heb je de Hortus hélemaal voor jezelf. Paradijselijk vind ik het. Je let veel meer op geluiden, je kijkt heel anders naar de tuin.”

Punten scoren
Het tellen van vogels is beslist geen lukraak vogels spotten en notities maken, zo blijkt. Jan: “We hanteren een vaste methode, dan is het wetenschappelijk verantwoord. Aan verschillende waarnemingen hangen verschillende codes.” Manuel vult aan: “Een paartje merels is geen officiële waarneming, die krijgt een ‘lage’ code. Een nest krijgt juist weer een hoge code.” Een soort punten scoren dus. “Ja, zoiets. Je probeert er waarschijnlijkheid aan te geven dat er een broedgeval plaatsvindt. En dat doe je door territoria te tellen. Nesten zoeken doen we niet – je wil de broedende vogels immers niet verstoren.” Voor hele zeldzame vogels is één simpele waarneming al voldoende. “Stel, je zou hier een baltsende houtsnip zien, dan is ‘t meteen klaar.”

Op bezoek of vaste bewoner?
Het tellen is dus een heel nauwgezet en statistisch klusje. Een verzameling van codes worden gekoppeld aan waarnemingen en deze worden vervolgens ingediend bij SOVON. En dan zijn er ook nog een boel misleidende factoren. Jan legt uit: “Stel, je hebt een zingende vogel – laten we zeggen een zanglijster – een voor de Hortus zeldzaam geval te noemen. Dan weet je niet of die hier nou echt thuis hoort of niet. Want voor ‘t zelfde geldt is ‘ie gewoon op bezoek. Je hebt dan een vervolgwaarneming nodig.” Manuel: “En het wordt nóg ingewikkelder, want per soort heb  je data. Je moet minimaal één waarneming binnen die datumgrenzen hebben. De zanglijster heeft een late datumgrens, dus vandaar dat we bijna nooit hard kunnen maken dat hij hier een territorium heeft. Zanglijsters trekken heel laat door. Dus de kans dat je een trekvogel telt is groot.”

Digitale kaart
Het invoeren van de waarnemingen en codes gebeurt heel modern, op een tablet. “We maken gebruik van Avimap”, vertelt Manuel. “Dat is een digitale kaart met ingetekende grenzen. Jan neemt vooral waar en ik registreer op de tablet.” Alle ruwe data worden doorgegeven en de app gaat er verder mee aan de slag. “Vroeger was dat een beetje anders… Toen moesten we alles met de hand berekenen. Dan kwamen we bij elkaar met allebei een kaart met daarop waarnemingen uitgetekend. Die moesten we dan naast elkaar leggen en vergelijken. Gewoon thuis, aan de keukentafel.”

De holenduif
Worden er wel eens opvallende waarnemingen gedaan in de Hortus? “Ja!”, wordt er bijna in koor geroepen. Manuel: “Eigenlijk een hele eenvoudige vogel: de vink. In zo’n klein gebied als de Hortus en zo middenin de stad is dat best wel heel  bijzonder.” De roodborst doet het erg goed in de Hortus sinds er houtstapels zijn geïntroduceerd, menen ze beide. “En de boomvalk. Jan heeft hem gehoord”. Jan: “En gezien!” Andere soorten die worden genoemd zijn de houtsnip, vuurgoudhaantjes en de zwartkop. “Oh ja, en de holenduif. De eerste keer dat we die zagen geloofde SOVON ons niet. Nu gelukkig wel.”

Mussenkolonie
Dat het in de Hortus dus stikt van de (bijzondere) vogels is inmiddels wel duidelijk. Bijzonder, hoe zo’n relatief klein stukje groen middenin de stad toch zo’n soortenrijkdom herbergt. Iets dat we koesteren – maar hoe kunnen we er in de Hortus (en in de rest van Amsterdam) nou voor zorgen dat die soortenrijkdom intact blijft, of zelfs wordt uitgebreid? Daar hebben Manuel en Jan wel wat tips voor: “Houtstapels! En tegels eruit. Laat de natuur z’n gang gaan”, zegt Manuel. “En vooral inheemse soorten. Onkruid bestaat eigenlijk niet, hè.”

Er volgt nog een tip voor de Hortus specifiek. “Vroeger zat hier een mussenkolonie (terras van de Oranjerie – red.), maar de begroeiing werd van het café afgehaald toen het pand werd opgeknapt. Daarmee verdwenen de mussen en die zijn nooit meer teruggekomen.” Hoe krijgen we die mussen dan weer terug? Jan: “Ja, da’s lastig. Mussen zitten het liefst in een groep. Dan moeten ze grote struiken hebben waar ze zich in kunnen verschuilen en er moed voldoende voedsel zijn. Nou zit dat laatste hier wel goed, zo’n terras met overal taart…” Manuel: “En er moet zand zijn, voor zandbaden. En water. Een liguster is wel een goede struik, lekker dicht.”

Jan en Manuel blijven voorlopig nog trouw tellen in de Hortus. “En volgend jaar doen we dit dus al 20 jaar hè. Misschien moeten we het vieren. Hier, in de Oranjerie.” Al dan niet met taart.

Wil je meer weten over het belangrijke werk van SOVON? Kijk op www.sovon.nl/over-sovon. 
Dit artikel verscheen eerder in het Hortus Magazine 2024.